Verdijk in perspectief
|
Mazenburg |
Mazenburg, rond 1930
De ouderlijke woning van de Verdijks "Mazenburg" in Boxmeer. Deze woning, gebouwd in 1856 als vervanging van het oude Mazenburg uit de 16e eeuw, is niet meer in deze staat aanwezig. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog is de woning beschoten en afgebrand. Ze is daarna weer herbouwd, maar aan het eind van de oorlog, op 30 september 1944, nog een keer afgebrand als gevolg van beschietingen.
Het adres van Huis Mazenburg is in de afgelopen eeuwen nogal eens gewijzigd. Als gevolg van de bochtafsnijding van de Maas en de daaruit voortgekomen grenswijziging tussen de provincies Limburg en Noord Brabant, is Mazenburg nu in Limburg gelegen en is het adres Boxmeerseweg 61 te Heijen. Tot 1982 lag Mazenburg in Noord Brabant en was het adres Rollandsestraat 1 te Boxmeer. De benaming "Rolland" is afkomstig van "rood land" en verwijst naar het hoge ijzergehalte dat de grond daar vroeger had.
1500-1800
Ruim voor 1540 stond op de plaats, waar nu het Restaurant Mazenburg is gevestigd, al een huis. Het behoorde tot Kasteel Boxmeer en is waarschijnlijk gebouwd in opdracht van de toenmalige kasteelheer Jan Boc van Meer. Aanvankelijk werd het huis Mazenburg gebouwd als tolhuis om tol te kunnen heffen van de schippers uit Holland en Dordrecht. Het huis Mazenburg behoorde sinds de oudste tijden bij het kasteel Mazenburg en was dus later eigendom van de graven Van den Bergh die vanaf 1517 tot 1712 het kasteel bewoonden. Het huis werd gebouwd op een ideale plek, zo hoog aan de westelijke oever van de Maas en recht tegenover een eilandje in de rivier, dat er voor zorgde dat schepen alleen maar langzaam Mazenburg konden passeren. Dat eilandje is in 1888 afgegraven. Het was hinderlijk voor de scheepvaart en door de afgraving ontstond er een betere afvloeiing van het Maaswater.
Toen de tolfunctie verloren ging werd Mazenburg gebruikt als "buiten" voor het Kasteel Boxmeer. Als jachtslot, maar ook als zogenaamd "speelhuis". Dat klinkt spannender dan het is, want het was in gebruik om zich te ontspannen. Even los van de dagelijkse sleur op het kasteel.
Op tweede Pinksterdag in 1628 brandde het Huis Mazenburg af. Maar de toenmalige eigenaar van het kasteel, graaf Albert van den Bergh, gaf opdracht om het huis te herbouwen. In de gevel naar de Maas werd het grafelijke wapen geplaatst.
Het Huis Mazenburg werd destijds ook wel het Huis aan de Grift genoemd, Genoemd naar een afwateringskanaaltje met daarin een stuw, ontworpen door graaf Albert van den Bergh, om de afwatering van de landerijen rond het kasteel te verbeteren. De plannen waren al in 1637 gereed. De Grift is rond 1640 gegraven. In later jaren is de Grift ook gebruikt voor de afwatering van het dorp Boxmeer.
|
Het kasteel rond 1600 |
Vanaf 1517 was het kasteel Boxmeer en dus ook het Huis Mazenburg in bezit van de familie Van den Bergh. Deze familie heeft in oorsprong hun zetel in Kasteel Huis Bergh, gelegen in de gemeente 's Heerenberg. Op 20 juni 1712 overleed de laatste telg uit het geslacht Van den Bergh, Oswald. Hij was gehuwd met Maria Leopoldina Catharina van Oostfriesland-Rietberg. Het huwelijk bleef kinderloos. Na het overlijden van Oswald liet Maria zich uitroepen tot gravin. Tot haar overlijden op 6 mei 1718 genoot zij van het vruchtgebruik van het kasteel (en dus ook van Huis Mazenburg). Graaf Frans Willem van Bergh-Hohenzollern-Sigmaringen erfde als achterneef van Maria het kasteel.Toen Frans Willem in 1737 overleed werd hij opgevolgd door zijn negen jaar oude zoon Johan Baptist, geboren in 1728 te 's Heerenberg, als graaf van Bergh-Hohenzollern-Sigmaringen. |
|
In 1739 overleed diens moeder. Drossaard
Frans de Raet werd namens de bisschop van Roermond aangesteld als voogd.
Johan Baptist maakte het behoorlijk bont in zijn leven. Hij stond bekend
als de "dolle graaf". In november 1748 pleegde hij zelfs een moord en
geraakte uiteindelijk in de gevangenis. In januari 1759 tekende hij de
akte van afstand op zijn rechten ten gunste van zijn zuster, gravin
Johanna Josepha, vorstin van Hohenzollern-Sigmaringen en zijn zwager
Karl Friedrich, erfprins van Hohenzollern-Sigmaringen. Zij gingen echter
niet op het kasteel wonen, waardoor het vanaf 1759 onbewoond bleef.
Rond 1780 werd het inmiddels vervallen kasteel grotendeels afgebroken en tussen 1782 en 1784 weer herbouwd. In 1781 erfde Karel Friedrich, vorst van Hohenzollern-Sigmaringen het kasteel en in 1782 ging de vorstin Maria Catharina Truchsess von Waldburg Zeil een tijdlang met een van haar dochters op het kasteel wonen, omdat hun eigen kasteel, het Kasteel Huis Bergh in 's Heerenberg was afgebrand. Na haar dood in 1787 werd haar oudste zoon, Antoon Aloisius Mainrad Franz van Hohenzollern-Sigmaringen heer van Boxmeer. Boxmeer was toen en de eeuwen daarvoor een vrije heerlijkheid. |
|
|
Sasse van Ysselt |
In 1794 werd Boxmeer en omgeving door de Fransen
bezet waarmee een einde kwam aan de vrije heerlijkheid Boxmeer. De Franse
Republiek maakte aanspraak op de in de Bataafse Republiek gelegen bezittingen
van Duitse vorsten, zoals de Hohenzollern-Sigmaringen's.
De Bataafse Republiek werd in 1795 door de Fransen gesticht, als een soort vazalstaat van de Franse Republiek. In 1801 werd dit het Bataafs Gemenebest tot in 1806 het Koninkrijk Holland ontstond onder Lodewijk Napoleon (die overigens in 1809 een bezoek bracht aan Kasteel Boxmeer). Na drie jaren tot het Franse Keizerrijk te hebben behoord (1810-1813) ontstond het Koninkrijk der Nederlanden. Materieel leidde dit op 5 januari 1800 tot een overdracht van alle bezittingen aan de Bataafse Republiek, voor een bedrag van 450.000 gulden. Op 7 mei 1806 werd de heerlijkheid Boxmeer (het kasteel, inmiddels staatsdomein) weer door de Bataafse Republiek verkocht. |
Jonker Leopold Frans Jan Jacob van Sasse Ysselt (1778-1844) kocht in 1806 het kasteel. Daarbij behoorde echter niet het Huis Mazenburg met omliggend land en voetveer over de Maas. Dit bleef dus staatsdomein. Sasse van Ysselt was edelman en parlementariër. Na zijn overlijden heeft het kasteel geruime tijd leeg gestaan en raakte het in vervallen toestand. In 1897 is het verkocht aan de zusters van Julie Postel, die er een ziekenhuis in stichtten.

Zoals op bovenstaande gemeentekaart uit 1865 kende Boxmeer twee veren over de Maas. Een kleinveer ofwel voetveer bij Huis Mazenburg en een groot veer een stuk noordelijker. De bewoners van Huis Mazenburg bedienden het kleine veer.
Vanaf medio 1600 werd het huis verpacht. Er was toen ook al een veerpont. De pachter fungeerde dus ook als veerman. Zoals bij alle veerhuizen aan de Maas zal er spoedig ook wel een gelegenheid zijn ontstaan om een borreltje of een biertje te drinken. Bekend is in elk geval dat op 10 december 1796 een aantal Franse soldaten feest heeft gevierd op (o.a.) Mazenburg.
Op 26 februari 1663 werd Jan Tillemans pachter van Huis Mazenburg . Hij betaalde jaarlijks 30 gulden pacht én aan de keuken van het kasteel zo'n 250 pond vis. Voorts moest hij zorgen voor de gravin en haar "plaisir altoos vrij te houden op de ponte... ende andere veertyygh". In die tijd bezoekt gravin Magdalena met een klein gevolg bijna iedere zondag het huis.
De situatie bleef zo, totdat de Franse bezetter in 1794 een eind maakte aan de adellijke bezittingen in Boxmeer. De familie Van den Bergh was het kasteel inmiddels kwijtgeraakt aan de Duitse adellijke familie Hohenzollern-Sigmaringen. De Fransen namen de bezittingen, waaronder het Huis Mazenburg, in beslag. Kasteel en Huis werden eigendom van de Bataafse Republiek en later van de Nederlandse Staat.
Bij de overdracht van de Heerlijkheid Boxmeer aan de Bataafse Republiek werd een inventarisatie gemaakt van de inkomsten en bezittingen. Daar blijkt o.a. uit dat Casper Molmans rond 1795 veerman was op het kleine Masenburgse Vheer te Boxmeer. Peter Schoofs had toen de pacht over het grote Maesvheer. Het lijkt er dus op dat rond 1795 Casper Molmans ook de bewoner van Huis Mazenburg was. Genoemde Peter Schoofs (1750-1803) was gehuwd met Cornelia van Daal (1754-1819) en is de vader van Helena Schoofs, die op 2 oktober 1798 trouwde met Gerardus Verdijck (1769-1851).
Na vertrek van de Fransen werd het Kasteel Boxmeer in 1806 verkocht aan Jonkheer van Sasse Ysselt. Het Huis Mazenburg, met omliggend land en voetveer werd echter niet verkocht, maar bleef Staatseigendom.
In opdracht van de Gouverneur van Brabant trokken tussen 1825 en 1831 taxateurs of schatters door de provincie om waarden van eigendommen vast te stellen die als basis moesten dienen voor de vast te stellen belastingen. In het overzicht dat op Boxmeer betrekking heeft staat o.a. onder het kopje "pont- en schuitveren": Er bestaat hier een pontveer, waardoor de plaatselijke gemeenschap met de rechteroever van de Maas verbonden wordt. Deze passage is echter van weinig belang en wordt met bijbehorende veerhuis geschat op het gemiddelde van de opbrengst van de laatste tien jaar, namelijk fl. 120,-. Verder is hier nog een voetveertje over de Maas (het voetveer bij Mazenburg), dat met het veerhuis van Domeinen wordt gehuurd. Dit is van weinig waarde, omdat hier alleen in de zomer enige passage is. Na aftrek van het woonhuis bedraagt de waarde fl. 10,-.
1800-heden
|
Vanaf 1806 wordt het Huis Mazenburg en het bijbehorende veer verpacht door de Staat, i.c. door Domeinen. Dat gebeurde bij openbare inschrijving. De pachtperiode duurde telkens drie en na 1875 zes jaren. Zo verscheen er in augustus 1839 een advertentie in de krant waarbij de openbare verpachting werd aangekondigd op 13 augustus in Logement De Keizer te Boxmeer van onder andere het "Kleine Maasveer te Boxmeer, genaamd Mazenburg, met huis en erve, moestuin en bouwland". Mazenburg is dan eigendom van het "Amorisatie-Syndicaat". Dat is een instelling die heeft bestaan in de periode 1823 tot 1841 en o.a. als doel had de staatsfinanciën op orde te brengen. Om daartoe ook inkomsten te kunnen aanwenden werden in die periode de staatsbezitingen tot de dienst der Domeinen behoorden ondergebracht bij dit Syndycaat. In 1818 vindt er een aanvaring plaats tegenover Mazenburg. In het verslag daarover wordt Edmund Bekkers genoemd als getuige. Edmund wordt geduid als veerman en herbergier en hij zal dus als pachter van Mazenburg de opvolger van Casper Molmans zijn geweest. Omstreeks 1830 is Johannes Schoofs (1783-1839) bewoner/pachter van Mazenburg. Hij woont daar samen met zijn echtgenote Marie Anne Hermina Derks. Johannes is de zoon van eerdergenoemde Petrus Schoofs. In maart 1846 vond een volgende verpachting plaats door de Ontvanger der Domeinen te 's Hertogenbosch. Vermeld werd daarbij dat het een oppervlak van 0.79.14 ellen betrof en dat de pacht kon ingaan met beloken Pasen 1846 (zijnde de eerste zondag na Pasen). |
|
|
|
|
| Het bijna 230
jaar oude Huis Mazenburg verkeerde medio 19e eeuw kennelijk in
dermate slechte staat dat Domeinen besloot een nieuw veerhuis te
bouwen. In het "Verslag van den toestand van de Provincie Noord
Brabant" uit 1856 staat te lezen: "Het veerhuis aan het Rijks
voetveer onder Boxmeer, genaamd Mazenburg, is door een nieuwe woning
vervangen, waartoe ingevolge aanbesteding dd. 27 Junij 1856 eene
uitgave van fl. 1700,- is gevorderd." Negen jaar later worden
het achterhuis en de bijgebouwen vervangen, blijkend uit een
advertentie in de krant op 7 april 1864 waarin de aanbesteding wordt
uitgeschreven voor "het grotendeels afbreken en weder opbouwen
van het bestaande achterhuis met stalling aan het woonhuis bij het
kleine Rijks voetveer, genaamd Mazenburg, over de rivier de Maas,
onder de gemeente Boxmeer".
|
|
Onderstaand een kadastrale kaart van het gebied uit 1811 boven een overzicht, daaronder een detail.
|
|
|
Hieronder een kadastrale kaart uit 1830. Rechts een detail van die kaart.
![]()
|
|
|
|
Uit de kadastrale
beschrijving links blijkt dat in 1830 de kavels met kadasternummer
470 (het voetveer), 471 (het erf), 472 (de woning) en 473 (de schuur)
tot de staat der Nederlanden behoren. Zoals ook op bovenstaande kadastrale kaarten is te zien was er van oudsher, tegenover Mazenburg een eiland in de Maas. In 1888 is besloten dit eiland weg te halen. In "De Nieuwe Koerier" (Roermond) van 23 februari 1888 staat daarover te lezen: "Naar we van geachte zijde vernemen, bestaan er bij de Regeering plannen om het voor de scheepvaart en de afvloeiing van het water zeer hinderlijke eiland in de Maas onder de gemeente Bergen, afdeeling Heijen, tegenover Mazenburg, door afgraving op te ruimen. De daartoe noodige waterpassingen, peilingen en metingen zijn reeds verricht. Het zal ongeveer 1½ hectare groot zijn." Overigens werd de ondiepte van de Maas als gevolg van dat eiland al eerder als een bezwaar. In de plannen van de Provincie Noord Braband wordt in 1853 hierover vermeld: "De (vierde) ondiepte, in de zogenoemde Boxmeersche Keel, ligt aan het voetveer op Mazenburg, onder Boxmeer, strekt zich langs de aldaar in de rivier liggende Middelwaard en van dezelfde lengte als deze. Het vaarwater loopt langs den linkeroever der rivier. Om hetzelve te verbeteren zoude de regter strang, namelijk tusschen den regteroever en den Middelweerd moeten digt gebribt of de waard aangesloten worden, en de aanwezige krib tegenover den Middelwaard, lang 40 ellen worden verlengd. Hiervoor te zamen noodig met materialen, kleiaarde, grind, briksteen enz. ad fl. 2,50 de kubiek el". In eerder genoemd jaaroverzicht "Verslag van den toestand van de Provincie Noord Brabant" uit 1856 valt ook te lezen dat in dat jaar een peilschaal is geplaatst op Mazenburg. Letterlijk: "Met de daarstelling van hardsteenen peilschalen en het plaatsen van peilmerksteenen betrekkelijk het Amsterdamsch peil, zoo langs den linkerboord der rivier de Maas, is men reeds van de limiet dezer Provincie met het Hertogdom Limburg af tot Empel gevorderd; zijnde in dit traject op vier verschillende plaatsen, namelijk aan het Rijks voetveer onder Boxmeer, genaamd Mazenburg, te Cuijk aan het Megensche voetveer en aan het groot veer te Lith, hardsteenen peilschalen geplaatst." Tot die tijd werd de waterstand gemeten aan de hand van ijzeren kruisbouten die in de gevel waren aangebracht. In "De beschrijving der Overlaten in de Provincie Noord Braband" staat aangeven dat in Boxmeer een kruisbout is aangebracht "in het zuidelijk front van het Veerhuis, genaamd Mazenburg, geslagen 1,60 el, onder de rollaag beneden het lichtkozijn". Deze kruisbout zat er in elk geval al vanaf 1820, want in de marge staat aangetekend dat "de hoogte van dit vaste verkenmerk is geresulteerd uit een waterpassing gedaan in Mei 1820 door den ingenieur van den Waterstaat G.J. Dissets".
|
| Het Amsterdams Peil werd in 1829
landelijk ingevoerd; in de jaren daarna zijn (zoals ook uit bovenstaand
citaat blijkt) door het hele land peilschalen geplaatst die referen aan
die norm. Tussen 1875 en 1885 zijn op basis van
nauwkeurigheidswaterpassingen nog correcties doorgevoerd, waarna het
Normaal Amsterdams Peil (NAP) ontstond. Hiernaast een foto van de
peilschaal (peilput) zoals die nu nog aanwezig is op Mazenburg.
In het aardrijkskundig woordenboek uit 1845 komt het kleinveer te Mazenburg al voor, zoals hieronder te zien is.
|
|
|
|
Vanaf 1869 komt de familie Verdijk in beeld. Bij de aankondiging van de verpachting op 30 maart 1875, in de herberg van Mathijs Nuij, van "het Kleine Veer, genaamd Mazenburg, met veerhuis, schuur, erf, tuin en bouwland" op 20 maart 1875 staat namelijk vermeld dat een en ander "thans in pacht is bij Gerardus Verdijk, veerman te Boxmeer, voor fl 70,- per jaar". Gerrit Verdijk (1806-1885) was getrouwd met Reintje Wijnants (1803-1869). Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw vinden er op Mazenburg regelmatig verpachtingen en verkopingen plaats. Zo ook op 14 juni 1878 door Notaris Kerstens. In de advertentie staat vermeld dat deze plaatsvindt bij G. Verdijk op Mazenburg te Boxmeer, waaruit blijkt dat Gerrit in 1875 Mazenburg weer voor zes jaar heeft kunnen pachten. Op Mazenburg werd in die tijd zowel het veer bediend als een herberg gerund. Verder vonden er ook nog landbouwwerkzaamheden plaats. In het bevolkingsregister wordt Gerrit afwisselend als veerman, herbergier en landbouwer aangeduid. In die tijd was Mazenburg ook een uitspanning waar de bewoners van Boxmeer op zondag graag een uitstapje naar maakten. Over de dijk en via de tot op de dag van vandaag onverharde Rollandsestraat. In "Schetsen over de geschiedenis van Boxmeer" is te lezen: "Zondagsmorgens ging men naar ouder gewoonte borrelen, klare met suiker drinken; in den namiddag ging men naar den Loerangel, Mazenburg of het Groot Veer, waar men overal goed bier had".
|
Gerrit en Reintje kregen op Mazenburg tien kinderen. Bij het overlijden van Gerrit op 14 maart 1885 was zijn oudste zoon Peter al overleden, waardoor de tweede zoon Albertus (1837-1900) hoofdbewoner van Mazenburg werd. Het lijkt er op dat zowel Gerrit als zijn zoon Albert Mazenburg nog steeds hebben gepacht van Domeinen. In beider aktes van erfrecht is geen sprake van enig onroerend goed.
|
|
Naast veerman
was Albert Verdijk ook bakenmeester bij de Rijkswaterstaat. In 1866
is hij in dienst getreden en in 1896 ging hij met pensioen. Albert
was getrouwd met de uit Cuijk afkomstige weduwe Hendrina Hegmans
(1837-1927).
Zij kregen geen kinderen. Na zijn overlijden op 2 juli 1900 trekt
zijn broer Johannes Verdijk (1844-1917) op Mazenburg in. Het lijkt
er op dat Jan uiteindelijk het Huis Mazenburg van Domeinen heeft
kunnen overnemen. Jan Verdijk was getrouwd met Dora Bexkens
(1846-1924). Ook na 1900 vinden op Mazenburg geregeld verpachtingen en verkopingen plaats. Zo kondigt notaris Verbunt te Boxmeer aan op maandag 24 juni 1901 te 5 uur nm gras te verpachten ten herberge van Jan Verdijk op "Mazenburg".
Het is niet altijd feest op Mazenburg. Zo meldt "de Gelderlander" op 16 april 1908 dat door J. Verdijk ter hoogte van Mazenburg het lijk is opgevist van bakenmeester G. Franssen uit Grubbenvorst, die enige weken daarvoor bij stormweer van zijn bootje was gevallen en was verdronken.
|
In maart 1913 worden verschillende stukken land, die kennelijk bij Mazenburg hebben behoord en nu nog in bezit van Domeinen zijn, openbaar verkocht. Informatie is te verkrijgen bij Johannes Verdijk op Mazenburg te Boxmeer en de verkopingen vinden plaats in het toen tien jaar oude Hotel "De Boomgaard" te Boxmeer.
|
|
In de krant "De
Volksvriend" (Roermond e.o.) van 13 februari 1875 (links) staat
nevenstaande advertentie waarin wordt aangekondigd dat Mazenburg met
bijbehoren op 19 februari 1875 ten openbare verkoop zal worden
aangeboden door het Bestuur der Registratie en Domeinen. De beschrijving
is als volgt: "Het kleine MAASVEER, genaamd Mazenburg, met huis, schuur, erf, tuin en bouwland, alles gunstig aan elkander gelegen aan de rivier de Maas, onder Boxmeer, bij het kadaster bekend sectie E, no's 208, 322, 350, 351 en 352, te zamen groot 72 aren, 6 centiaren.". Overigens is het maar de vraag of de kavels daadwerkelijk verkocht zijn in februari 1875. Want op 20 maart 1875 verschijnt de advertentie rechts in "De Gelderlander", waarin o.a. Mazenburg weer voor zes jaar voor verpachting wordt aangeboden. Wel staat daarbij vermeld dat de kavels thans in pacht zijn bij Gerardus Verdijk, veerman te Boxmeer, voor fl. 70,- 's jaars. Dat moet Gerardus Verdijk (1806-1885), gehuwd met Reinera Wijnants (1803-1869) zijn geweest. Het is (nog) niet duidelijk wanneer Mazenburg in bezit is gekomen van de "Verdijks". Er kan van worden uitgegaan dat Gerardus in 1875 weer de pacht heeft verkregen. Heeft hij die zes jaar volgemaakt, dan is de eigendom in elk geval niet voor 1881 over gegaan.
|
|
Uit verschillende advertenties en berichten uit "De Gelderlander" is ook op te maken wie wanneer op Mazenburg woonde. Zo meldt de krant op 9 juni 1878 dat op vrijdag 14 juni 1878 om 4 uur namiddags verpachtingen zullen plaatsvinden door notaris Kerstens bij G. Verdijk op "Mazenburg" te Boxmeer, 156 slagen onder Boxmeer en Sambeek. Dit betreft dus ook Gerardus Verdijk (1806-1885).
Naast het Klein
Veer (voetveer Mazenburg) kennen we in Boxmeer (op de grens tussen
Boxmeer en Beugen) ook het Groot Veer (zie foto rechts van omstreeks
1920). Ook dit was een Rijksveer met bijbehorend veerhuis. Door de
afsnijding van de Maasbocht (zie verder) is dit veer verdwenen. Het
veerhuis staat er nog. Ook het Groot Veer werd om de zes jaar verpacht.
|
Groot Veer Boxmeer |
|
|
Rechts een verslag
van de verpachting van het Groot Veer te Boxmeer in 1901. Uit nevenstaand artikel uit
De Gelderlander van 8 augustus van dat jaar blijkt dat ook Petrus Verdijk een bod heeft gedaan van fl. 660,-.
Dat moet welhaast een kleinzoon van Gerardus Verdijk zijn geweest. Petrus (1885-1954), de zoon van Johannes Verdijk en Theodora Bexkens was toen nog maar 16 jaar. Dus mogelijk is het ook de andere kleinzoon Petrus geweest (zoon van Hermanus Verdijk en Maria van Kempen). Deze Petrus was toen 21 jaar. Hoe het ook zij, hij heeft in elk geval achter het net gevist, want de gunning is gegaan naar Albert Tunnissen , de eigenaar van het veerhuis annex café nabij het veer (bron: "Oud Boxmeer in beeld"). |
|
Hierboven een topografische kaart uit 1860. Mazenburg wordt hier aangeduid als "Groot Mazenburg of Speelhuis". Groot Mazenburg, omdat er aan de zuidkant van Boxmeer, zoals op de kaart is te zien, ook nog een "Klein Mazenburg" is. De aanduiding "Speelhuis" slaat terug op de periode dat Mazenburg nog deel uitmaakte van Kasteel Boxmeer. Een bijgebouw dat gebruikt werd voor ontspanning werd speelhuis genoemd. Dat doet dus minder spannend aan dan het lijkt. Formeel is het een benaming voor een laatmiddeleeuws, niet verdedigbaar buitenverblijf voor leden van lage adel of rijk geworden burgers uit de stad.
Als veerhuis zal Mazenburg altijd wel iets van een café hebben gehad, zoals gebruikelijk bij de veerhuizen langs de Maas. Bekend is dat bij de bezetting van de toen nog Vrijheerlijkheid Boxmeer door de Fransen er eind 1796 een aantal Franse soldaten aan de grens verscheen. Op 10 december hebben zij feest gevoerd op o.a. de Loerangel en op Masenburgh. Door A.F. van Beurden wordt in 1934 de situatie in Boxmeer rond 1870 beschreven in zijn "Schetsen uit de geschiedenis van Boxmeer". Hij schrijft: "Zondagsmorgens ging men naar ouder gewoonte borrelen, klare met suiker drinken; in den namiddag ging men naar den Loerangel, Mazenburg of het Groot Veer, waar men overal goed bier had. Van der Wee, die in de Ster woonde, ging dan met den eierkorf rond en liet met kaarten "doerelen".
"De Loerangel", ook op bovenstaande topografische kaart aangegeven, lag een kilometer ten zuiden van Mazenburg. Het was een woning annex café/herberg en losplaats voor schepen. Hieronder een tweetal foto's van de Loerangel.

Loerangel rond 1947

Loerangel rond 1930
Op beide foto's is op de achtergrond aan de linkerkant Mazenburg te zien met zijn karakteristieke Lindeboom. De Loerangel is als gevolg van de bochtafsnijding van de Maas verdwenen.
.jpg)
Mazenburg in de 50-er jaren van de vorige eeuw
|
|
Vanaf het begin van de 20e eeuw wordt Mazenburg geregeld
aangewend voor het doen van openbare verkopingen. Zeker als het
landerijen en hooilanden in de omgeving van Mazenburg betreft.
Daarvan
verschijnen regelmatig aankondigingen in "De Gelderlander" zoals
hiernaast weergegeven. Deze is uit 1913. Daarin wordt aangekondigd dat er landerijen ("uitmuntende uiterwaarden en hooilanden") ten openbare verkoping worden aangeboden door notarissen Braber en Esser. Informatie is (zoals onderaan de aankondiging staat) in te winnen bij deze notarissen en bij Johs Verdijk op Mazenburg te Boxmeer. Dat is Johannes Verdijk (1844-1917).
Hieronder het artikel uit "De Gelderlander" van 17 april 1916 dat hierop betrekking heeft. J. Verdijk wordt daarin genoemd. Johannes Verdijk dus, waaruit blijkt dat hij tot zijn dood in 1917 als veerman heeft gefungeerd.
|
|
|
Mazenburg is
gebouwd langs de Maas, in het winterbed van die rivier. De Maas is een
regenrivier, die bij grote waterafvoer als gevolg van regen of dooi van
sneeuw in Frankrijk en de Ardennen, buiten zijn oevers treedt. Dat gebeurt in de
winterperiode een aantal keren. Vroeger meer dan tegenwoordig, omdat
door de kanalisatie van de Maas het water sneller kan worden afgevoerd
en doordat de enorme grintgaten (nu meren) in de omgeving van Roermond
als buffer fungeren.
Bij hoog water staat Mazenburg in het water. De kelder loopt vol, maar ook op de begane grond is één tot anderhalve meter water niet ongebruikelijk. Dat betekent dat al het meubilair naar de eerste etage versleept moet worden en tijdelijk op de eerste etage gewoond wordt.
Mazenburg bij hoogwater in januari 2011 Om in Boxmeer te kunnen komen moest de afstand van het huis tot de winterdijk per roeiboot worden afgelegd. In "De Gelderlander" van 29 november 1928 wordt melding gemaakt van een extreme hoogwaterstand. Uit Boxmeer wordt gemeld "dat Mazenburg en de Loerangel zijn geïsoleerd en de oeververbinding verbroken is". In Sambeek was men toen al begonnen met de bouw van het sluis- en stuwcomplex. Van daar wordt gemeld: "Tengevolge van den hoogen waterstand is verleden Zondag de bekisting doorgebroken aan de Maaskanalisatiewerken onder de gemeente Sambeek en de z.g. Put volgelopen. Had dit enkele dagen later plaats gevonden, dan was men met dat gedeelte aan het werk klaar gekomen. Voor den aannemer betekent zulks een groote schade.
Overigens was de situatie in 1928 minder erg dan in januari 1926, toen o.a. Boxmeer volledig onder water kwam te staan.
|
Het Huis Mazenburg lijkt gebouwd te zijn vóór 1540. Het oorspronkelijke huis brandde af op 12 juni 1628 (tweede Pinksterdag). Het is daarna weer opgebouwd, maar bevond zich medio 1800 in een dermate staat dat het afgebroken is en er in 1856 een nieuwe woning gebouwd, die het tot 1940 heeft gehouden. Bij de inval van de Duitsers in 1940 is de woning in brand geschoten. Waarschijnlijk om de aandacht af te leiden van de de oversteek van troepen over de Maas. Het is daarna weer opgebouwd. Hetzelfde lot onderging Mazenburg aan het einde van de oorlog (toen de Maas daar het grensgebied was tussen bezet Duits gebied aan de oostkant en door geallieerden (min of meer) bevrijd gebied aan de westkant. Op 30 september stond Mazenburg opnieuw in brand. Uit het oorlogsdagboek van Jan Verdijk (1909-1994):
| Zaterdag 30 september 1944: Volgens Duitse soldaten, die de afgelopen nacht naar Sambeek en Boxmeer op patrouille zijn geweest, zijn er geen Engelsen meer in een van beide dorpen. Zeker weer terug naar St. Anthonis. Omstreeks de middag horen we aanhoudend mitrailleurvuur in de richting van "Mazenburg" (mijn ouderlijk huis). We slaan er eerst geen acht op, maar enige tijd later zien we zware rookwolken opstijgen en bemerk ik dat de schuur reeds in brand staat. Het woonhuis volgt even later. De tweede keer in vier jaar tijds door oorlogshandeling. Het is horizontaal nog geen 1.500 meter hier van de stuw en ik sta machteloos. Mag er niet heen gaan, hoewel ik de commandant er om vraag. Ik mag zelfs niet eens door de verrekijker zien wat er daar voorvalt; of mijn ouders het er levend af brengen. Volgens de Duitsers hebben de Tommy's zich in dat huis gevestigd, en wordt dit nu door de Duitsers vanaf de andere oevers der Maas in brand geschoten. |
|
|
Na de oorlog is het
huis Mazenburg weer opgebouwd, inmiddels sinds 1540 voor de vijfde keer.
Links een foto van Mazenburg, eind zestiger jaren van de vorige eeuw. De woning had op dat moment nog geen aansluiting op de waterleiding en het elektriciteitsnet. Het water werd via een pomp uit een eigen bron opgepompt en het huis werd verlicht met gasverlichting. In een gedicht dat Toon Verdijk (1927-1993) in 1988 schreef ter gelegenheid van het 50-jarig huwelijksfeest van zijn broer Jan en schoonzus Lies, staat een aardig sfeerbeeld van de vooroorlogse woning Mazenburg:
|
In 1979 is begonnen met de bochtafsnijding van de Maas bij Boxmeer. Daarmee werd de verbinding tussen Boxmeer en Mazenburg voorgoed verbroken. Niet alleen werd die verbinding verbroken door de nieuw gegraven bochtafsnijding van de Maas. Ook werd de provinciegrens tussen Noord Brabant en Limburg verlegd en kwam Mazenburg te liggen in de provincie Limburg, gemeente Heijen.
Hieronder een foto van de werkzaamheden, toen ze ongeveer halverwege waren. In 1982 was het werk gereed. Gevolg was dat Mazenburg op een "eiland" kwam te liggen.
| Rechts op de luchtfoto de huidige situatie. Het
kasteel is links-onder op de foto zichtbaar, met deels daaromheen nog
"het meer". In het midden de nieuwe Maasarm. Door het graven
daarvan is o.a. de Loerangel (café annex loshaven) verdwenen.
Huis Mazenburg (het huidige Restaurant Mazenburg) is rechtsboven op de foto te zien. Inclusief de camping die daar (nog) is. Onder een detailfoto, waarop ook het schip "De Mazenburg" is te zien (foto rechts). Na de Tweede Wereldoorlog was in Mazenburg geen café meer en is ook het voetveer opgeheven. Gerrit Verdijk is er een parlevinkersbedrijf begonnen. Met een parlevinkersboot voorzag hij de schepen op de Maas van proviand. Na zijn overlijden is zijn zoon Piet, samen met zijn vrouw Wilmie op Mazenburg een restaurant begonnen, waarin later ook hun zoon Gert is gaan werken. Aan deze activiteiten is na 35 jaar per 1 januari 2011 een einde gekomen en is het restaurant "Mazenburg" gesloten. Hieronder een foto van Mazenburg toen het nog als restaurant fungeerde.
|
|

Mazenburg 2007
De bewoners
Het is lastig om na te gaan wie waar woonde in de 19e eeuw en daarvoor. Pas vanaf de 30-er jaren van de 20e eeuw worden aan woningen adressen gekoppeld zoals we die nu ook nog kennen. In het begin van de 19e eeuw werden huizen in dorpen enkel genummerd. Men woonde dus b.v. in huis nummer 145 te Beugen. In het bevolkingsregister werd, meestal over een periode van 10 jaar, per huis bijgehouden wie er in dat huis wonen (hoofdbewoner, vrouw, kinderen, inwonende familieleden, inwonend personeel e.d.). Omdat daarbij ook meestal wordt aangegeven wanneer betrokkenen zijn geboren en overleden en waarheen ze zijn vertrokken wanneer ze het huis verlaten, geven de bevolkingsregisters waardevolle informatie over de geschiedenis van de familie. Lastig is dat de aanduiding van de huizen na tien jaar (en zelfs dikwijls gedurende die tien jaar) steeds wordt aangepast. Worden er nieuwe huizen gebouwd, dan wordt weer vernummerd en is het huis dat eerst werd aangeduid met b.v. huis nummer 145 ineens huis nummer 148. Breidt een dorp verder uit dan komt er een locatie-aanduiding waarbinnen dan weer opnieuw genummerd wordt. In Boxmeer b.v. "Zand 132" of "Hatert 148". In een nog later stadium wordt het dorp in wijken ingedeeld (A, B, C enzovoort) en ontstaat er een combinatie van locatie- en wijkaanduiding met een nummer, b.v. "Zand B 114". De nummers worden daarna steeds weer aangepast naarmate er uitbreiding van het aantal woningen plaatsvond. Het lijkt er op dat hier een koppeling ligt met de kadastrale aanduiding van de woningen en percelen. Langs die weg is mogelijk meer inzicht te krijgen in waar wie op welk moment woonde.
Ook het huis Mazenburg heeft op die manier een veelheid van adresaanduidingen gekend. Hier is nog wat uitzoekwerk te doen. Tot dat moment is eigenlijk pas met enige zekerheid vast te stellen wie op Mazenburg heeft gewoond door een relatie te leggen met het beroep van de bewoners. Op die basis is met redelijke zekerheid vast te stellen dat Gerardus Verdijck (1806-1885) met zijn vrouw Reinera Wijnants (1803-1869) op Mazenburg woonden. In het bevolkingsregister 1850-1860 staan zij ingeschreven op het adres "Zand 235". Mazenburg was toen o.a. een veerhuis en er zal ook wel een uitspanning in de vorm van een café o.i.d. zijn geweest, zoals gebruikelijk bij veerhuizen. Bij Gerardus staat als beroep vermeld "veerman" en bij Reinera "tapster".
Of er vóór 1850 ook al Verdijk's op Mazenburg hebben gewoond zal nog verder worden uitgezocht.

De Rollandsestraat in
Boxmeer. Nu een weg die doodloopt op de nieuwe Maasarm, maar voorheen de
verbindingsweg tussen Mazenburg en Boxmeer. Vele generaties Verdijk zullen deze
weg belopen hebben.
De naam "Rollandsestraat" komt van het rode land. Door het hoge ijzergehalte was
de grond in dit gebied vroeger roodachtig van kleur.
1800
Aannemelijk is dat rond 1800 ene Casper Molmans op Mazenburg heeft gewoond. In elk geval is bekend dat hij toen het het "klein veer bij Mazenburg" bediende.
1818
In 1818 woont Edmund Bekkers op Mazenburg. In een proces verbaal over een aanvaring op de Maas, "tegenover het kleine veer, genaamd Mazenburg" wordt Edmund genoemd als getuige en omschreven als "veerman en herbergier te Boxmeer".
1830
Omstreeks 1830 was Johannes Schoofs (1783-1839) de bewoner van Mazenburg, samen met zijn echtgenote Marie Anne Derks. Johannes Schoofs was de broer van Helena Schoofs, die op 2 oktober 1798 is getrouwd met Gerardus Verdijk (1769-1851).
1850
Gerardus Verdijk (1806-1885). Aangezien Mazenburg in 1850 nog Rijkseigendom was Gerardus dus pachter van huis, veer en omliggend land. In het bevolkingsregister staat als beroep "veerman" vermeld. Zowel Gerardus als Reinera wonen tot hun dood op Mazenburg.
In het bevolkingsregister van 1850-1860 wordt Gerardus Verdijk aangeduid als hoofd van het gezin c.q. hoofdbewoner. Uiteraard wonen ook hun kinderen op Mazenburg. De drie oudste kinderen Gerarda, Gerardus en Gerarda waren in 1850 al overleden.
De echtgenote van Gerardus, Reniera Wijnands (1803-1869). Bij Reinera staat vermeld dat ze van beroep "tapster" is. Dat wijst er op dat er ook in 1850 als een uitspanning op Mazenburg was waar wat gedronken kon worden, zoals gebruikelijk bij de veerhuizen langs de Maas.
Johanna Verdijk (1833-1906). Johanna was in 1850 17 jaar. Zij verliet Mazenburg op 26-jarige leeftijd toen ze op 17 mei 1859 trouwde met Hendricus Tillemanus Molmans (1832-1904). Hednricus is voerman van beroep. Het echtpaar krijgt 7 kinderen. Ze bleven in Boxmeer wonen.
Peter Verdijk (1835-1882) was in 1850 15 jaar. Hij verliet Mazenburg op 23-jarige leeftijd, toen hij op 12 april 1858 trouwde met Helena Tillemans (1834-1881). Peter wordt dagloner en later bouwman (landbouwer). Zij krijgen 12 kinderen. Zij gingen na hun huwelijk in Beugen wonen.
Albertus Verdijk (1837-1900) was 13 jaar in 1850.
Hermanus Verdijk (1838-1900) was 12 jaar in 1850.
Jacoba Verdijk (1842-1858) is 8 jaar in 1850. Zij overlijdt op 10 september 1858 op 16-jarige leeftijd.
Johannes Verdijk (1844-1917), 6 jaar in 1850.
Vanaf 1850 woont Catharina Verdijk (1799-1877) ook op Mazenburg. Catharina is een ongetrouwde zus van Gerardus. Zij blijft op Mazenburg tot zij overlijdt op 31 december 1877 op 78-jarige leeftijd.
1860
Gerardus Verdijk (54 jaar, hoofd van het gezin),
Reinera Wijnants (57 jaar, vrouw en landbouwster) overleden op 10 september 1869 op 66-jarige leeftijd.
Albertus Verdijk (23 jaar, zoon en landbouwer),
Hermanus Verdijk (22 jaar, zoon en landbouwer), verlaat Mazenburg ook bij zijn huwelijk op 25 september 1866. Hermanus is dan 28 jaar en hij trouwt met de dan 23-jarige Maria van Kempen (1842-1922). Zij blijven na hun huwelijk wel in Boxmeer wonen.
Johannes Verdijk (16 jaar, zoon en landbouwer),
Gerarda Verdijk (12 jaar, dochter en landbouwster) en
Catharina Verdijk (61 jaar, zus van Gerardus, landbouwster).
1870
Gerardus Verdijk (64 jaar, hoofd van het gezin, landbouwer),
Albertus Verdijk (33 jaar, zoon en bakenmeester), Albertus trouwde op 22 april1873 met Hendrina Hegmans (1837-1927). Hendrina kwam ook op Mazenburg wonen (zonder beroep, behuwd dochter van Gerardus Verdijk). Na het overlijden van Albertus in 1900 is Hendrina elders gaan wonen, want ze komt daarna niet meer op dit adres voor. Albertus en Hendrina krijgen geen kinderen. Albertus wordt bakenmeester bij de Rijkswaterstaat.
Johannes Verdijk (26 jaar, zoon en landbouwer) tot 9 mei 1871 wanneer hij trouwt met Theodrora Hendrika Bexkens (1846-1924). Zij gaan elders in Boxmeer wonen. Na het overlijden van zijn broer Albertus in 1900 is Johannes met zijn gezin weer op Mazenburg teruggekeerd en staat hij in het bevolkingsregister geregistreerd als hoofd van het gezin c.q. hoofdbewoner. Opvallend is dat hij tussen 19 juli 1910 en 16 november 1910 kort in Venray heeft gewoond. Hij is daarna weer op Mazenburg teruggekeerd en daar blijven wonen tot zijn overlijden op 31 mei 1917. Zijn echtgenote is uiteraard ook op Mazenburg gaan wonen.
Gerarda Verdijk (22 jaar, dochter en zonder beroep). Gerarda Verdijk (1848-1926) verlaat Mazenburg op 22 april 1873, wanneer ze, 24 jaar oud, trouwt met Jacobus van Oeffel (1845-1911). Ze gaan elders in Boxmeer wonen en krijgen 2 kinderen. Jacobus is arbeider.
Catharina Verdijk (71 jaar, zus van Gerardus, zonder beroep) tot haar overlijden op 31 december 1877.
Vanaf 28 oktober 1875 kwam ook Clasina Martens (1796-1890) op Mazenburg wonen. Zij was toen 79 jaar. Clasina Martens (geboren 9 mei 1796 te Cuijk) was de echtgenote van Arnoldus Hegmans en de moeder van Hendrina Hegmans, de echtgenote van Albertus Verdijk. Clasina woonde daarvoor in Oeffelt. Op 14 maart 1877 vetrok ze weer en ging in Beugen wonen.
1880
Gerardus Verdijk (74 jaar, hoofd van het gezin, veerman) tot zijn overlijden op 14 maart 1885 op 78-jarige leeftijd,
Albertus Verdijk (43 jaar, zoon en bakenmeester) na het overlijden van zijn vader in 1885 hoofd van het gezin/hoofdbewoner.
Hendrina Hegmans ( 43 jaar, zonder beroep, echtgenote van Albertus).
Op 12 februari 1881 overlijdt Helena Tillemans (1834-1881), de echtgenote van Peter Verdijk (1835-1882). Peter is de broer van Albertus Verdijk. Peter zelf overlijdt iets meer dan een jaar later op 5 juli 1882. Het echtpaar had 11 kinderen gekregen, waarvan er in 1881 nog 6 in leven waren, de meesten nog geen 20 jaar oud. Deze (wees-)kinderen moesten worden ondergebracht en zo kwam zoon
Antoon Verdijk (1859-1839) rond 1882 op Mazenburg bij zijn oom Albertus wonen. Antoon was toen 23 jaar. Volgens het bevolkingsregister werd hij aangesteld als dienstknecht op Mazenburg.
Ook de broer van Antoon, Peter Verdijk (1877-1940) werd op Mazenburg ondergebracht na 1882. Peter was toen 5 jaar.
Op 31 juli 1884 voegde zich daar ook nog bij Hendrikus Verdijk (1862-1926), eveneens een zoon van Peter Verdijk en Helena Tillemans. Hendrikus was toen 22 jaar. Van beroep was hij zadelmaker. Toen hij op Mazenburg introk was hij afkomstig uit Venlo. Hendrikus verliet Mazenburg weer op 19 januari 1887 en trouwde met Hendrika Maria Lamers. Hij is toen in Grave gaan wonen.
Tenslotte was in deze periode ook Catharina Schröder als meid inwonend op Mazenburg.
1890
Albertus Verdijk (53 jaar, hoofd van het gezin en bakenmeester),
Hendrina Hegmans (53 jaar, zonder beroep, echtgenote van Albertus);
Antoon Verdijk (31 jaar van beroep herbergier), neef van Albertus;
Peter Verdijk (13 jaar, zonder beroep), neef van Albertus. Zij hebben dus twee kinderen van broer Peter Verdijk "geadopteerd". Albertus was formeel aangesteld als voogd voor de minderjarige kinderen van zijn overleden broer Petrus Verdijk (gehuwd geweest met de eveneens overleden Helena Tillemans).
Clasina Martens (de moeder van Hendrina Hegmans) woont volgens het bevolkingsregister 1890-1900 weer op Mazenburg, tot haar overlijden op 20 februari 1890. Clasina had toen de respectabele leeftijd van 93 jaar bereikt.
1900
In de periode 1900-1910 is de adresaanduiding van Mazenburg drie keer veranderd. Albertus Verdijk is op 2 juli 1900 overleden en zijn vrouw Hendrina Hegmans is ergens anders gaan wonen, want zij komt op het bevolkingsregister 1900-1910 niet meer voor op dit adres. Waar de neven Antoon en Peter Verdijk zijn gebleven na 1900 is niet geheel duidelijk. Bekend is wel dat Antoon op 6 oktober 1939 in Gennep is overleden (80 jaar oud). Peter is op 5 oktober 1907 in Vierlingsbeek getrouwd met Catharina Maria Jansen en is op 3 december 1940 in Bergen (L.) overleden.
Het lijkt er op dat rond 1900 (Mazenburg is inmiddels eigendom van de familie Verdijk), na het overlijden van Albertus, de "boedel" is over gegaan naar diens broer Johannes Verdijk (1844-1917), die was getrouwd met Theodora Hendrika Bexkens (1846-1924). Bij hun huwelijk in 1871 zijn ze elders gaan wonen. In 1900 keert de familie terug op Mazenburg. Toen zij in 1900 op Mazenburg terugkeerden hadden ze 7 kinderen. De jongste, Jacoba Verdijk, geboren op 22 februari 1880 is maar een half jaar oud geworden en was toen al overleden.
Zodoende zijn de inwoners van Mazenburg in 1900:
Johannes Verdijk (56 jaar), van beroep arbeider; hoofd van het gezin. In de periode van 19 juli 1910 tot 16 november 1910 is Johannes Verdijk tijdelijk ingeschreven geweest in het bevolkingsregister van Venray. Niet duidelijk is wat daar de achtergrond van is. Johannes is op Mazenburg blijven wonen tot zijn overlijden op 31 mei 1917 (hij was toen 72 jaar).
Theodora Hendrika Bexkens (54 jaar), zonder beroep, vrouw van Johannes; Dora is eveneens op Mazenburg overleden, op 5 augustus 1924. Zij was toen 77 jaar.
Hermina Maria Verdijk (26 jaar), dochter, zonder beroep; Mina (1872-1950) heeft Mazenburg op 15 mei 1900 verlaten. Zij is toen getrouwd met Antoon Graat (1865-1945). Ze zijn gaan wonen op het Sambeekseveld in Boxmeer. Het echtpaar kreeg 3 kinderen.
Martinus Verdijk (22 jaar), van beroep arbeider, zoon; Martinus Verdijk (1878-1919) is, voor zover valt na te gaan, zijn hele leven op Mazenburg gebleven. Hij bleef ongehuwd en overleed op 2 januari 1919 op 40-jarige leeftijd.
Hendrikus Verdijk (19 jaar), van beroep schoenmaker, zoon; Hendrikus Verdijk (1881-1967) heeft Mazenburg verlaten op 11 maart 1905 en is in Oisterwijk gaan wonen. Op 23 september 1905 keerde hij weer terug op Mazenburg om op 4 mei 1908 weer te vetrekken, nu naar Vierlingsbeek. Op 4 oktober 1909 is hij getrouwd met Hendrika Huberta Peeters (1879-1959). Later wordt Hendrikus postbode in Overloon. Het echtpaar krijgt 10 kinderen.
Jacobus Verdijk (16 jaar), van beroep timmerman, zoon; Jacobus (1884-1952) vertrok op 21 juni 1904 naar Venray. Op 6 mei 1907 trouwde Jacobus in Boxmeer met Johanna Verbeucken (1887-1914). Het echtpaar is daarna in Goch in Duitsland gaan wonen, waar ze twee kinderen kregen, Theodora Johanna ( geboren 28 januari 1908 te Goch) en Johannes Ludovicus Antonius (geboren 26 februari 1909 eveneens te Goch). Het lijkt er op dat Johanna in 1910 op 23-jarige leeftijd is overleden. Reden voor Jacobus om met zijn beide kinderen vanuit Goch weer naar Boxmeer terug te keren. Op 17 april 1910 worden beide kinderen op dit adres ingeschreven en op 9 mei 1910 wordt ook Jacobus hier weer ingeschreven. Zijn zoon Johannes Verdijk wordt een dag na aankomst, op 18 april 1910 weer uitgeschreven en vertrekt naar Purmerend, gevolgd door vader Jacobus, die op 19 mei 1910 naar Purmerend vertrekt. Johannes L.A. is, naar het zich laat aanzien, opgenomen in het gezin van Hubertus Groenewoud en Huberdina Maria Verdijk. In 1914 verhuist hij met Hubertus en Huberdina meer naar Overloon. Dochter Theodora Verdijk vertrekt op 28 april 1910. Zij gaat naar Venray. Tussen 1910 en 1912 is Jacobus kennelijk verhuisd van Purmerend naar Hilversum. Want op 14 maart 1912 is hij weer in Boxmeer op dit adres ingeschreven, afkomstig vanuit Hilversum. Echter maar voor enkele dagen, want op 18 maart wordt hij weer uitgeschreven en vertrekt hij naar Hilversum. Jacobus trouwt opnieuw op 22 juli 1914 te Hilversum met de in die plaats in 1895 geboren Johanna Wets.
Petrus Verdijk (15 jaar), van beroep eerst bakker en vervolgens landbouwer. Petrus Verdijk (1885-1954) trouwt op 11 mei 1908 met Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (1885-1952) en zij trekken daarna in op dit adres; op 14 februari 1909 wordt op Mazenburg hun eerste kind geboren, Johannes Verdijk (1909-1994).
1910
Johannes Verdijk (66 jaar), van beroep landbouwer, hoofd van het gezin. Johannes overleed op 31 mei 1917, 72 jaar oud;
Theodora Hendrika Bexkens (64 jaar oud), zonder beroep, vrouw van Johannes;
Martinus Verdijk (32 jaar), van beroep landbouwer, zoon;
Petrus Verdijk (25 jaar), van beroep landbouwer. Na het overlijden van Johannes Verdijk in 1917 wordt zoon Petrus Verdijk hoofd van het gezin c.q. hoofdbewoner. Getrouwd met
Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (1885-1952). Joanna gaat na het huwelijk op Mazenburg wonen.
Johannes Verdijk (1 jaar) (zoon van Petrus en Joanna); na 1910 werden nog 6 kinderen geboren.
Theodorus Verdijk (1910-1988), zoon van Petrus Verdijk (geboren 1 juni 1910);
Theodora Maria Verdijk (1912-1991), dochter van Petrus Verdijk (geboren 1 juli 1912);
Jacobus Martinus Verdijk (1913-1992), zoon van Petrus Verdijk (geboren 1 december 1913);
Gerardus Verdijk (1917-1981), zoon van Petrus Verdijk (geboren 11 april 1917).
Johannes Verdijk (1909-1994).
Theodores Verdijk (1910-1988),
Theodora Maria Verdijk (1912-1991), trouwt met Hendrikus Wilhelmus Joseph de Beijer (1905-1990) en vertrekt op 8 juli 1937 naar het adres "A 149" te Gendt.
Jacobus Martinus Verdijk (1913-1992), vertrekt op 18 juli 1934 naar het adres Nieuwemeerdijk 231 te Haarlemmermeer. Op 5 januari 1935 wordt Jacobus M. weer op Mazenburg ingeschreven, met vermelding "timmerman" als beroep. Op 14 juni 1935 vertrekt hij weer. Nu naar Rotterdam, naar de Marinekazerne, Oostplein 14.
Gerardus Verdijk (1917-1981), trouwt met Maria van den Bergh (geboren 1922) en vertrekt op 4 mei 1938 naar Bergen (Limburg).
1920
Petrus Verdijk (35 jaar) van beroep landbouwer (met de vermelding van "H", hetgeen betekent hoofd van het bedrijf, hoofd van het gezin;
Theodora Bexkens (74 jaar), Theodora Bexkens overlijdt op 5 augustus 1924.
Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (35 jaar), zonder beroep, vrouw van Petrus Verdijk;
Johannes Verdijk (11 jaar) zonder beroep, zoon;
Theodorus Verdijk (10 jaar), zonder beroep, zoon; Theo heeft Mazenburg al vóór 1926 verlaten en is inwonend geweest op het adres "C.111". Hier staat geen datum vermeld. Op 27 mei 1926 (hij was toen 15 jaar) is hij formeel vertrokken naar Horst, waar hij is ingetrokken bij de familie Peters aan de Groote Straat. Kennelijk is hij daarna nog naar Venlo verhuisd, want op 14 augustus 1929 wordt hij weer op Mazenburg ingeschreven. Hij is dan afkomstig van het adres Jodenstraat 5 te Venlo.
Theodora Maria Verdijk (8 jaar), zonder beroep, dochter;
Jacobus Martinus Verdijk (7 jaar), zonder beroep, zoon;
Gerardus Verdijk (3 jaar), zonder beroep, zoon.
Na 1920 werden nog geboren Jacomina Maria Verdijk (1920-1995) en Antonius Theresia Verdijk (1927-1993).
1930
Petrus Verdijk (45 jaar) van beroep landbouwer, hoofd van het gezin;
Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (45 jaar), zonder beroep, vrouw van Petrus Verdijk;
Johannes Verdijk (21 jaar) geen beroep vermeld, zoon; hij verlaat Mazenburg op 3 augustus 1938. Hij trouwt met Elisabeth Maria Josephina Timmermans (1911-1996); het echtpaar gaat in Sambeek wonen. Ze krijgen 4 kinderen. Johannes wordt sluisknecht bij de Rijkswaterstaat.
Theodorus Verdijk (20 jaar), geen beroep vermeld, zoon; Theodorus Verdijk (1910-1988), geen beroep vermeld, zoon. Theodorus vertrekt op 29 september 1932 naar Maasbree en verhuist daarna naar de Broekstraat 99 in Blerick. Op 6 augustus 1934 wordt hij weer op Mazenburg ingeschreven. Als beroep wordt dan vermeld slager, met de aantekening "O", wat betekent dat hij in dienstverband werkt. Op 21 september van dat jaar vertrekt hij naar Eindhoven, Corianderstraat 63. Hij trouwt met Nel Opten en ze krijgen 2 kinderen.
Theodora Maria Verdijk (18 jaar), zonder beroep, dochter; Dora verlaat Mazenburg in 1937, wanneer ze trouwt met Henk de Beijer. Ze gaan wonen aan boord van de "Aleida Grada", met als thuisbasis Gendt. Ze krijgen 4 kinderen.
Jacobus Martinus Verdijk (17 jaar), zonder beroep, zoon. In juli 1934 verlaat Joep Mazenburg. Hij is timmerman en gaat naar Haarlemmermeer. In het voorjaar van 1935 keert hij kort terug op Mazenburg om daarna als beroepsmarinier te vertrekken naar Rotterdam. Hij trouwt met Hedy Rogmann. Zij krijgen 2 kinderen.
Gerardus Verdijk (13 jaar), zonder beroep, zoon. Gerrit gaat in 1938 in Bergen (L) wonen en trouwt met Mia van den Bergh. Ze krijgen een zoon.
Jacomina Maria Verdijk (10 jaar) zonder beroep, dochter en
Antonius Theresia Verdijk (3 jaar) zonder beroep, zoon.
1940
Petrus Verdijk (55 jaar) van beroep landbouwer, hoofd van het gezin;
Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (55 jaar), zonder beroep, vrouw van Petrus Verdijk;
Jacomina Maria Verdijk (20 jaar) zonder beroep, dochter en
Antonius Theresia Verdijk (13 jaar) zonder beroep, zoon.
1950
Petrus Verdijk (65 jaar) van beroep landbouwer, hoofd van het gezin; Petrus Verdijk overlijdt op 25 maart 1954.
Joanna Gertrudis Mechtildis Peeters (65 jaar), zonder beroep, vrouw van Petrus Verdijk. Joanna Gertrudis Mechtildis Peters overlijdt op 7 september 1952.
Na de Tweede Wereldoorlog gaat zoon Gerardus Verdijk (1917-1981) weer op Mazenburg wonen en start daar een parlevinkersbedrijf. Hij is inmiddels getrouwd met:
Maria van den Bergh (* 1922) en in 1950 krijgen zij een zoon:
Petrus Gerardus Gertrudis Verdijk.
1960
Gerardus Verdijk (43 jaar) hoofd van het gezin, parlevinker;
Maria van den Bergh (38 jaar), vrouw van Gerardus en
Petrus Gerardus Gertrudis Verdijk (10 jaar).
|
|